GENOMINEERDEN





PETER GHYSSAERT (ANTWERPEN, 1966)

studeerde muziekgeschiedenis, viool en kamermuziek aan de conservatoria van Brussel en Antwerpen. Bijvoorbeeld bij het strijkkwartet Ars Longa werkt hij als beroepsmuzikant en hij zit in het muziekonderwijs. Ook was hij samensteller en inleider van de bloemlezing Turkooizen scheepje van verschil: twaalf jonge Vlaamse dichters (Prometheus, 1997).
Als dichter debuteerde Ghyssaert met Honingtuin (Bert Bakker, 1991). Vervolgens verscheen Cameo (Bert Bakker, 1993), waarvoor hij de Poëzieprijs van De Vlaamse Gids en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs ontving. Na de bundels Sneeuwboekhouding (Bert Bakker, 1995), Jubileum en andere gedichten (Bert Bakker, 1997) en De zuigeling van Sint-Petersburg (Querido, 2001) raakte Ghyssaert bij een iets groter publiek bekend doordat Kleine lichamen (Querido, 2005) een nominatie kreeg voor zowel de Herman de Coninckprijs als voor de VSB-Poëzieprijs.
Met zijn zevende bundel Ezelskaakbeen (Atlas, 2011) maakt hij op het laatstgenoemde laureaat volgens de jury opnieuw aanspraak: ‘Ghyssaert durft te ontroeren, juist waar dit niet zijn inzet is, gebeurt het toch.’


JAN LAUWEREYNS (ANTWERPEN, 1969)

doceerde als neuropsycholoog aan instituten in de Verenigde Staten en Nieuw-Zeeland. Momenteel is hij verbonden aan de Graduate School of Systems Life Sciences in het Japanse Fukuoka. Hij is redacteur van het literaire tijdschrift DWB.
Hij debuteerde met Nagelaten sonnetten (Manteau, 1999), dat werd genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs. Daarna verschenen Blanke verzen (Lannoo, 2001), het met de Hugues C. Pernath-prijs bekroonde Buigzaamheden (Meulenhoff, 2002), Tegenvoetig, tweebenig (Meulenhoff, 2004), Anophelia! De mug leeft (Meulenhoff/Manteau 2007) en Vloeistof en welvaart (Bezige Bij, 2008). Met respectievelijk Leo Vroman en Arnoud van Adrichem verzorgde Lauwereyns de hybride poëzieboeken Zwelgen wij denkend rond (Bezige Bij, 2009) en Stemvork (IJzer, 2010). Daarnaast schreef hij de roman Monkey business (Meulenhoff, 2003), het voor de Vlaamse Cultuurprijs genomineerde Splash. Lyrische suite over biologie, ritueel en poëzie (Vantilt, 2005), en het Gedichtendagessay De smaak van het geluid van het hart (Poëziecentrum, 2011).
Lauwereyns zevende bundel Hemelsblauw (Bezige Bij, 2011) verdient een VSB-nominatie vanwege de ‘hartstocht en betrokkenheid met de wereld en haar eigenaardigheden’.


ERIK SPINOY (SINT-NIKLAAS, 1960)

is hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Luik. Hij promoveerde in Leuven op het werk van Paul van Ostaijen, maakte school met een redacteurschap bij het literaire tijdschrift Yang en stond aan de basis van Freespace Nieuwzuid. Discursieve machine voor cultuurkritiek en amusement.
Na de duobundel Golden Boys (Contramine, 1985) met Dirk van Bastelaere publiceerde Spinoy De jagers in de sneeuw (Manteau, 1986) waarvoor hij de Vlaamse Prijs voor het Beste Literaire Debuut kreeg. Daarna volgden het met de Hugues C. Pernath-prijs bekroonde Susette (Arbeiderspers, 1990) en Fratsen (Arbeiderspers, 1993). Na bijna tien jaar stilte begon Spinoy weer poëzie te bundelen in Boze wolven (Meulenhoff, 2002) dat leidde tot de Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies, L (Meulenhoff, 2004) dat de Prijs voor Letterkunde van de Provincie West-Vlaanderen opleverde en Ik, en andere gedichten (Meulenhoff/ Manteau, 2007).
Spinoys zevende bundel Dode kamer (Bezige Bij Antwerpen, 2011) werd genomineerd voor de VSB-poëzieprijs vanwege ‘een homogeen hoge kwaliteit’.


ANNE VEGTER (DELFZIJL, 1958)

volgde de dramaopleiding van de Akademie voor Expressie door woord en gebaar in Utrecht. Met illustratrice Geerten Ten Bosch maakte ze het kinderboek De dame en de neushoorn, (Querido, 1989) waarvoor zij de Woutertje Pieterse Prijs kregen. Vegters tweede kinderboek Verse Bekken! (Querido, 1990) werd zelfs voor de AKO Literatuurprijs genomineerd. Het jaar daarna verscheen het poëziedebuut Het veerde (Querido, 1991).
Vegter bleef niet strikt begrensde genres bestrijken. Daaronder valt proza als Ongekuiste versies (Querido, 1994) en Harrie's hoofdingang (Querido, 1999), maar ook theater als Struisvogels op de Coolsingel, (2005, Taalunie Toneelschrijfprijs). Haar oeuvre als geheel kreeg de Anna Blaman Prijs.Uit 2006 dateren Vegters Sprookjes van de planeet aarde die in samenwerking met het ASKO/Schönbergensemble najaar 2011 op tournee gaan.
Poëzie bundelde Vegter verder in Aandelen en obligaties (Querido, 2002) en Spamfighter (Querido, 2007). Laatstgenoemde bundel werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Net als het door Vegter nu zelf geïllustreerde Eiland berg gletsjer (Querido, 2011), waarin volgens de jury ‘intimiteit, verwijdering en de gevaren van overgave de toon bepalen’.
 


WILLEM JAN OTTEN (AMSTERDAM 1951)

schrijft poëzie, romans, toneelstukken, kritieken en essays. Zeker vanaf zijn redacteurschap bij het literaire tijdschrift Tirade is zijn productie toegenomen. De Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre vormt slechts één bekroning van zijn werk dat door vertalingen inmiddels ook lezers in Italië, Frankrijk, Duitsland en Zweden bereikt. Otten weet maatschappelijk gevoelige kwesties aan te raken, zoals pornografie in zijn essay Denken is een lust (Querido, 1985), euthanasie in de roman Ons mankeert niets (Van Oorschot, 1994) en katholicisme in zijn pamflet Het wonder van de losse olifanten (Van Oorschot, 1999).
Zijn poëziedebuut maakte Otten met Een zwaluw vol zaagsel (Querido, 1973) dat hem de Reina Prinsen Geerligsprijs opleverde. Voor de bundel Ik zoek het hier (Querido, 1980) kreeg hij de Herman Gorterprijs, voor Paviljoenen (Van Oorschot, 1992) de Jan Campertprijs, en Eindaugustuswind (Van Oorschot, 1998) werd genomineerd voor de VSB-Poëzieprijs.
Otten kreeg opnieuw die nominatie voor zijn elfde bundel Gerichte gedichten (Van Oorschot, 2011) omdat daarin ‘verlies, leegte en onontkoombare bestaansvragen indringend aan de orde worden gesteld’.


© VSB Poezieprijs 2012 | Disclaimer | Colofon | Sitemap | Contact